Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kaat kijkt jou goed ook ééns in de week na, en dat van Baby was in geen halfjaar nagekeken!" riep Ella, die eigenlijk geen erge poppenvriendin was en ze alleen te voorschijn haalde wanneer Nanny bij haar speelde.

„Zeg," zei Frits nu, op een geheel anderen toon dan te voren, „wat zou jullie doen wanneer je heel rijk was; zoo rijk als Nicht Bertha bij voorbeeld?"

„O, zooveel," zei Ella, „ik weet al niet wat; wat zou jij dan wel doen?"

„Ik," zei Frits, met schitterende, fonkelende oogen, gemakkelijk achterover leunend in zijn stoel, en zijn beenen los heen en weer bengelend, „ik weet wel wat ik doen zou: ik zou een héél groot huis bouwen, een reuzenhuis, met tuinen, en stallen vol paarden, en dan ging ik met jou daarin wonen, Nanny!" Dat zou pas eens leuk zijn, hè?"

„Ja, heerlijk," juichte Nanny, „ik houd zooveel van mooie tuinen en van paarden; alleen," voegde zij er angstig aan toe, „zou ik bang zijn dat ik verdwaalde in zoo'n groot huis!"

„Nee, ik zal op je passen!" en van pleizier maakte Frits een buiteling over den grond.

„En ik danvroeg Ella bedrukt, „mag ik er dan óok niet komen wonen; ik houd ook veel van paarden?"

„Natuurlijk, jij hoort er vanzelf bij," antwoordde hij goedhartig.

„Zeg, Nans, wat zou jij doen als je rijk was?" vroeg Ella, die dat „plannen maken" wel aardig vond.

Sluiten