Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hè, zoo'n pop vind ik pas mooi!" riep Ella opgetogen, „wat zal Nanny die ook prachtig vinden! Ik neem haar morgen mee naar school, dan kan ik haar iedereen laten zien; ik geloof niet, dat Lize of Jetje of een der anderen zoo'n mooie zal hebben." Nicht Bertha had er pleizier in, doch toen Mevrouw Knozee haar kind dat hoorde zeggen, zag zij haar even bedroefd aan en wierp een stillen, halfverwijtenden blik op Nicht Bertha.

Ze had zoo graag dat haar kinderen nederig bleven, ze voedde ze zoo eenvoudig mogelijk op, en nu zou hare nicht dat willen veranderen! „Het is maar goed," dacht zij, „dat ze niet te dikwijls overkomt; dat zou mijn tweetal geen voordeel doen!"

Toen de kinderen dien avond, opgewonden over hunne geschenken, naar bed waren en de beide nichten samen zaten, zei Mevrouw Knozee: „Je zult mij pleizier doen, Bertha, niet meer zulke groote cadeaux voor de kinderen mee te brengen. Het is zoo verkeerd voor hen, ze gaan er zoo licht mee bluffen tegen hunne vriendjes. Geef liever een kleinigheid, daar zijn ze even blij mee als met die kostbare geschenken!"

„Maar, lieve Dora, gun mij toch het eenig, groot genoegen dat ik heb: ik zie zoo graag gelukkige gezichtjes. Ik vind je kinderen allerliefst, maar je overdrijft het heusch een beetje met je eenvoudigheid. Kinderen uit onzen stand mogen toch wel iets moois hebben. De kinderen van mijn nicht Louise en die van mijn vriendin Ravenbroek worden

Sluiten