Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer slapjes op het dunne kleedje neer, waar de wind steeds pijnlijker door henen blies.

Plotseling kreeg Nanny het kind in het oog; het taartje, waarin ze juist happen wilde, viel op het schoteltje terug en tranen vulden hare donkere oogen.

„Wat is er?" vroeg Nicht Bertha, verschrikt door de plotseling veranderde uitdrukking van het kindergezichtje.

„O, kijk eens!" riep Nanny, „wat een arm kindje daar staat; 't heeft zeker honger en zou graag een taartje hebben. Mag ik er haar eentje brengen, Nicht; toe, mag ik haar 't mijne brengen?" Meewarig zag Nicht Bertha naar het stumperige ding en Ella kauwde langzamer op het stukje, dat zij in den mond had.

„Dan is 't beter dat je haar een stuk brood geeft; het kind ziet er uit of het in geen acht dagen eten heeft gehad," zei Nicht Bertha.

„Maar ze zal toch ook wel van taartjes houden," zangzeurde Nanny's fijn stemmetje.

„Straks dan, wanneer we weggaan, geven we haar meteen wat!" Zwijgend aten ze verder; Ella's oogen dwaalden weer spoedig in den aanlokkelijken taartjesschotel rond; Nicht Bertha gluurde weltevreden in haar beurs of ze wel uit zou komen; maar voor Nanny was het pleizier er af, ze wilde niet meer eten en haar oogen bleven voortdurend op het kind in de straat gericht, als was zij bang dat het verdwijnen zou, eer zij weggingen.

Eindelijk had Ella het laatste brokje in den mond gestoken; zij stonden op en Nanny mocht, terwijl Nicht

Sluiten