Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheimvol fluisteren van vogels tott eere mosbloempjes, of naar den wind, die vermanend zacht, maar soms ook zoo heel krachtig tot de kruinen der hooge dennen sprak. En Nanny's teer lichaampje trilde dan vol blijdschap, en langen tijd bleef ze dan heel stil zoo liggen, zelf een klein mosbloempje gelijk, dat sprak met de vogeltjes, waarvoor het beekje ruischte en dat, met de overige teere, fijne plantjes te zamen, werd gesusd en gewiegd door de zacht-ruischende stem van den wind. Want wanneer die stem hard, fel of stormvol werd, dan mocht Nanny nooit blijven in het boschje; dan hoorde ze Anna's stem, die haar zoo heel anders in de ooren klonk; dan kwam zorgzame Anna haar halen, omdat het te koud werd buiten.

Nu ging ze óok wel met Ella en Frits naar het boschje, maar die wilden daar nooit zitten of lang blijven, die o-ebruikten het alleen om verstoppertje of stuivertjewisselen te spelen en gingen liever naar de hei, waar het ruimer was, en waar ze meer plaats hadden voor ravotten

en rondspringen.

Dikwijls reden zij in den bokkenwagen. Dat vond vooral Frits zoo heerlijk. Manus moest dan meegaan om op den bok te letten en liep er naast. En wanneer bok midden in de hei niet verder wilde, dan stapten de meisjes uit, die liepen liever, en Frits reed alleen, en soms begon de bok dan werkelijk hard te loopen, zóó hard, dat Manus

moeite had om bij te blijven.

Wanneer zij zoo'n tochtje maakten, dan legden zij veelal even aan bij de hut van Vrouw Panne.

Sluiten