Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugweg vertelde hij den kinderen dat die hond, volgens zijn meening, zeker uit een paardenspel afkomstig was; want hij vond het onbegrijpelijk, dat Vrouw Panne hem al die mooie kunstjes zou hebben geleerd.

Als de kinderen weg waren, bleef Vrouw Panne net zoo lang kijken en wuiven, totdat het laatste tipje van het wagentje in grijzige verte verdwenen was; dan ging zij naar binnen, liefkoosde Polio, gaf hem de overblijfselen van den pannekoek, ging eens naar de kippen kijken en ruimde langzaam haar boeltje op.

En zóó sleet ze haar dag.

Soms gingen de kinderen met Anna mee naar het dorp, deden inkoopen bij Juffrouw Makkeboom en maakten onderweg een praatje met dezen en genen. Anna had al verscheidene kennissen onder de Dooriers, en wanneer zij in het dorp was, wipte zij altijd even aan bij Vrouw Wes, die aan het kanaal, dicht bij de Roomsche kerk, woonde. Anna kon goed met haar overweg en bleef gaarne geruimen tijd praten op de bank voor het huisje, terwijl Ella, Nanny en Frits met de kinderen van Vrouw Wes speelden. Er waren er zes, twee jongens en vier meisjes; de oudste was acht jaar, de jongste pas drie maanden oud. En daarbij had Vrouw Wes nog een blinde zuster in huis, die ook veel aan verzorging kostte, zoodat zij de handen vol werk had en graag eens over al hare zorgen en drukten met Anna sprak, die altijd geduldig luisterde.

De kinderen zagen er gezond uit, frissche, dikwangige boerengezichtjes; alleen de kleine, vijfjarige Dina was

Sluiten