Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eensklaps werd Nanny uit haar droomerijen opgeschrikt door het roepen van haar naam.

„Nanny! Nans! waar zit je toch?" hoorde ze Frits en Jacob van den meester roepen. Zou zij opstaan en antwoorden? Neen, toch niet; zij zou net doen of zij ze niet hoorde. Ze konden best zonder haar spelen en ze bleef veel liever in haar boschje dan om mee te schreeuwen en te kibbelen bij het spel.

„Ze zit zeker weer ergens te droomen!" hoorde ze de schoolmeestersjuflfrouw tot Anna zeggen; „het is toch' zoo'n wonderlijk, vreemd wezentje!" „Ja, ja, een beetje vreemd; tenminste anders dan andere kinderen is ze wel!"' antwoordde Anna.

Even kwamen een paar tranen in Nanny's oogenr. want het kind voelde heel goed dat het niet was zooals de anderen, doch het vogeltje naast haar zag vertrouwend tot haar op en tjilpte: „Laat die maar praten; wij hier in het boschje begrijpen elkaar; wij willen hier samen blijven en luisteren, luisteren ....

Maar er ritselde iets bij den ingang, het kwam naderbij, en nu hoorde Nanny vlak achter zich een vluggen jongensstap. Het vogeltje vloog verschrikt naar een hoogen tak in den denneboom.

„Hoera! eindelijk gevonden!" jubelde Frits; „zeg, Nans, wat doe jij hier toch?"

Maar Nanny, angstig haar vingertje op den mond, fluisterde: „St, stil, Frits! jij hebt mijn vogeltje verjaagd; kijk, daar op dien tak kan je het nog net zien!" En dan

Sluiten