Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nanny genoot; hare donkere oogen straalden, en van het dansen had zij een warmen blos op de gewoonlijk zoo

bleeke wangen.

Moeder Rosmeyer zag het vlugge paartje na en wierp dan een spijtigen blik op haar Jette, die minder vlug met een politieagent aan het rondspringen was.

Onder het dansen vloog de tijd.

Om elf uur zouden de ouderen soupeeren, de jongeren

naar huis gaan.

Half elf kwam Kaatje, om het drietal te halen. Zij

moest een poosje wachten in de gang en stond daar met

nog een paar kinderjuffrouwen, die gluurden, door de

groene portière heen, in de zaal. Kaatje vond ook een

luchtgaatje in het gordijn en keek er door. Een oogenblik

was zij verblind door al die lichten daar binnen, die

muziek, bloemen en ronddwarrelende menschen; die

mooie dames in lichte, ruischende japonnen met lange

slepen en die fijne heeren in stijven rok met opengewerkte

kousen en verlakte schoenen aan.

Het deed oude Kaat denken aan een tijd die lang, heel lang geleden was: toen haar mevrouw jong was en er veel partijen waren, en er wel eens gedanst werd in het oude huis, en zij ook jong was en de mantels van de dames aannemen moest. Aan den tijd, toen Kaatje een vroolijke deerne was en wel eens werd geknepen in de ■ronde, blozende wangen; toen de lange, roodharige brievenbesteller haar wel mocht en in 't voorbijgaan altijd even

Sluiten