Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu altijd kunnen spelen, wanneer ze lust had, op haar eigen kamer! Het was de piano, die vroeger beneden stond; op haar plaats was nu de vleugel uit de stad gekomen. Wat stond haar piano daar goed! Om zóó op

aan te vallen!

Maar zij moest nu eerst een brief aan Mevrouw Knozee schrijven. Daarvoor was ze na de koffie naar boven gegaan. Om drie uur zou ze gaan wandelen met vader; het was nu pas half twee, ze had dus ruimschoots tijd voor haar brief. Op haar bureautje lag het blanco velletje klaar, met een enveloppe er naast. Maar ze was zoo lui, zoo droomerig van de warmte. Ze kon maar niet beginnen, bleef maar zitten in haar makkelijk leunstoeltje, al maar rond turend in haar mooi, nieuw

heiligdommetje!

Wat had moeder toch een werk gehad aan het m orde brengen er van! En wat had ze die kleuren goed gekozen: dat licht-blauwe behang, waarop de vergulde en eikenhouten lijstjes zoo goed uitkwamen; en dan die vroolijke, lichte gordijnen!

Zoo'n echte jonge-meisjeskamer was het. En daar, boven de piano, die mooie plaat in breede, eiken lijst: „Beethoven," naar de schilderij van Balestrieri. Die was een geschenk voor haar thuiskomst. Moeder wist wel, dat zij die altijd zoo bewonderd had; dikwijls hadden ze samen voor de winkelkast, waarin ze ten toon gesteld was, stil gestaan. Snoezig van moeder, er aan te denken, haar die nü te geven!

Nu scheen de zon er juist op en verlichtte goudig het

Sluiten