Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw, die den vroeg-wijzen, somberen, in zichzelfgekeerden denker naar alle waarschijnlijkheid huwde om zijn geld, had het huis grootsch en kostbaar ingericht en het gemaakt tot een der prachtigste villa's van de stad, maar zij was er nooit gelukkig in geweest.

In zijn ernstig leven van kamergeleerde kon zij zich niet indenken; zij had gehoopt op veel feesten, om haar schoonheid dubbel te doen schitteren in zoon omgeving van rijkdom en pracht; maar hij had dat nimmer gewild.

En weggerukt uit de sfeer, waarin zij zich thuis gevoelde, verloor zij gaandeweg hare vroolijkheid, haar lust tot het bezoeken van schouwburg en concert; zij werd pruttelig en ontevreden en maakte ook hem het leven niet aangenamer.

Kleine Bertha had haar dat gemis van uitgaan niet vergoed; te veel was zij er aan verslaafd geraakt om te willen schitteren, zij kon er niet buiten, en een paar jaar na de geboorte van het kind kwijnde ze weg en stierf.

Een gelukkige jeugd had Bertha niet gehad. Haar vader bemoeide zich weinig met haar; hij wilde niet door het kind gestoord worden; zorgde er voor dat zij een uitstekende gouvernante kreeg en leefde verder voort in zijn oudheidkundige geschiedenis.

Volgens hem waren alle meisjes gelijk, en dit kind zou ook wel worden zooals haar moeder was; hij dacht er niet aan, dat een meisje óók een goed, helder hoofd, lust tot werken en gevoel voor geschiedenis hebben kan, en hem zou kunnen helpen en bijstaan in zijn studies.

Sluiten