Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Manus die het deed, gelijk het volgens oud gebruik gebeurde ieder jaar. Twee ferme, knallende schoten van het huis op den heuvel, om de menschen, die daar beneden in het stille dorpje of op de koude, kale hei reeds lang rustig sliepen in hunne huisjes en hoeven, te melden dat het oude jaar met al wat het bezat aan goed en jammer, aan vreugde en aan ellende, uitgeluid was, en daar voor hen lag een nieuwjaar met nieuwe hoop, nieuwen werkmoed en nieuwe kracht, dat kwam gelijk andere kwamen, en misschien evenzoo weer gaan zou ....

Een nieuw jaar, dat veel mooie vreugde en blijheid brengen, maar ook veel van het innige en vertrouwde, dat het oude droeg, nemen kon ....

En van het oude zou alleen de herinnering leven blijven, herinnering die nooit geheel sterven kan. Het zou er mee gaan als met een lieve doode, wier beeld soms in rustig-stille schemeruren plotseling weer oplicht voor ons oog; dan is het, als zien we naast ons het zoo innige, dierbare gezicht, als rust de oude, vertrouwde hand weer op onzen schouder en hooren we de zachte, bekende stem fluisteren: „Ken je me nog, denk je nog wel eens aan me, en weet je nog hoe lief ik je had?'

Maar dan komen de levenden weer, de levenden, die meer recht op ons hebben dan de dooden, en zij verdringen het stille beeld, dat langzaam wegzakt tot diep in ons hart, waar het eenzaam rusten blijft, maar nooit geheel verzinken kan. Zoo zou het ook zijn met het vervlogen, doorleefde jaar; al wat het gaf aan ontroering en innigheid,

Sluiten