Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo moe en toch moest ze vroolijk schijnen; dat hoorde zoo, daartoe deed een ieder zijn best en ze probeerde het zoo goed mogelijk. Ze had het meest met Frits gedanst dien avond, en toen ze aan zijn arm, de lange rij der ouders voorbij, naar de souperzaal ging, knikten eenige dames elkaar veelbeteekenend toe en zagen haar lachend aan, terwijl ze in 't voorbijgaan hier en daar mompelen hoorde: „Een aardig paartje is dat, hè!"

Het bloed steeg haar naar de wangen; beschaamd sloeg ze de oogen neer, en als om bescherming drukte ze Frits' arm vaster. Zij hadden een aardig tafeltje, met z'n achten, Ella en Jan Rosmeyer zaten ook meê aan. Ella was uitgelaten vroolijk, de staal-blauwe oogen schitterden uit het rood-warme gezicht. O, ze had zooveel pleizier, zooveel gedanst! En ze verheugde zich al weer op straks, op het cotillon; ze kende geen vermoeienis. Het ging erg vroolijk toe aan tafel, en Nanny zag al maar rond, voelde zich als in een droom te midden van al die druk pratende, lachende menschen; al die lichten, kleuren en bloemen, en dan die muziek, het orkestje, dat steeds nog speelde tusschendoor. Frits was druk, maakte veel grappen met z'n andere buurvrouw en Nanny lachte maar mee als de anderen lachten en sprak op haar tijd een woordje mee in het gesprek, hoewel eigenlijk niet goed wetend waarover het ging. Het waasde alles zoo vaag, zoo roezig langs haar heen; het was een groot gewarrel voor haar oogen en ze voelde een matte moeheid over zich komen.

Sluiten