Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Teleurgesteld zag Nanny neer. Ze had een luiden verrassingskreet, een blijden gelukwensch van hem verwacht, omdat het er nu eindelijk door was dat ze gaan mocht; en naar het oogenblik, waarop ze het hem zou kunnen vertellen, had ze zoo verlangd, als naar een mooi feest, en nu was hij zoo koel, zoo vreeselijk koel, als vond hij het niets bijzonders! Onder het naar huis gaan was zij stil en hij, zelf moe en daardoor veronderstellend dat ook zij het was, zei ook niet veel.

Hij bracht haar tot aan de huisdeur, deed ze met zijn sleutel voor haar open en nam afscheid, want hij moest de stad nog in.

Uit de voorkamer klonk druk, rumoerig gepraat: er waren verschillende oud-ooms, tantes en kennissen gekomen, om afscheid te nemen van Ella, die den volgenden morgen wegging.

Nanny ging naar binnen, en na het gezelschap te hebben begroet, zette ze zich in een hoekje, dicht bij Mevrouw Knozee. Ze was moe van het rijden en had een vervelend gevoel van neerslachtigheid, van verlatenheid over zich. Ze voelde, als moest daar iemand zijn die haar eens iets heel moois en goeds vertelde. Maar daar was niemand in het gezelschap, die dat zou kunnen. Mevrouw Knozee was met een andere dame in druk gesprek over het dwaze opvoeren van dure kleeren voor kinderen tegenwoordig; een nicht van haar zat met een andere tante in een gewichtig gesprek over inmaak en het afsluiten

Sluiten