Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen er dagen, waarin ze weer te veel deed, te veel vergde van de pas herwonnen krachten, en dan voelde ze zich heel zwak en moest een paar dagen liggen blijven. Dan was ze droef en neerslachtig, want het was haar als hoorde ze diep in zich een stem die daar sprak: „Je zult er nooit komen; je zult niet bereiken kunnen dat, wat je zoo vurig wenscht en waarnaar je streeft."

O, dat zwakke gestel, dat altijd weer waarschuwde, altijd maar vermaande tot rust; dat niet mee kon met den rusteloozen ijver voor de muziek. Wat zou ze al ver kunnen zijn, wanneer niet altijd dat zwakke lichaam mee hoefde! Als ze eens zoo sterk was als Ella! Wat zou ze dan al niet bereiken kunnen! Maar ze wist het nu eenmaal: zwak zou ze altijd blijven, daar hielp niets aan; en het was niet goed om steeds maar te peinzen en te zuchten over wat had kunnen zijn, daarmeê kwam ze niet verder; neen, het eenige wat ze doen moest, was recht en klaar voor zich uit te zien, den weg dien ze gaan moest door het leven, den weg dien het zwakke lichaam meegaan kon!

Het was een zware stormdag geweest. Gebulderd en geraasd had de storm over het heideland, als wilde hij meedoogenloos boomen en huizen, menschen en vee omver werpen; alles, wat hij grijpen kon met zich voortsleuren en niets, niets sparen in zijn wilde, woeste vaart. Van de Doorlesche huisjes en hoeven hadden de deuren en ramen gekraakt, gerinkeld en gerammeld, als zouden ze er uitvallen. Maar de menschen waren er aan gewend;

Sluiten