Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dwergjes houden van Sneeuwwitje. „Begeef in 't donkre woud u niet, Laat niemand bij u binnen komen En zorg, dat u geen leed geschiedt",

rv u • • ïi _ iv _ l- * J

/i()o roepen zij uij i aiscneiu nemen, Wanneer hun 's morgens d' arbeid wacht. Zóó zorgzaam zijn ze voor het meisje Zóó waken zij bij dag en nacht.

Terwijl Sneeuwwitje alleen te huis is. Komt, als een arme vrouw verkleed, De Koningin, die van haar spiegel De woonplaats van het meisje weet.

Een mooien haarkam, zeer vergiftig, Dien maakte zij in stilte klaar. Sneeuwwitje biedt ze dien te koop aan En steekt hem in heur goudblond haar. Tiet meisje valt bewustloos nedar, Zóó vinden haar de dwergen weer; Ze weenen van oprechte droefheid En knielen bij de doode neer. Zo wrijven haar de koude handen, Die roerloos liggen in haar schoot.

willen haar te drinken geven,

Maar te vergeefs: ze is als dood.

Sluiten