Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar zijn en in plaats van je leed te doen, zal het je verder aan niets ontbreken. Dit plan beviel den hond en werd dan ook stipt ten uitvoer gebracht. Toen de wolf, den volgenden morgen met het kind in zijn bek door het veld holde en de vader dit zag schreeuwde hij van angst en toen de oude Sultan het even later weder behouden terug bracht, was hij zeer verheugd en liefkoosde het dier en sprak : „zoolang gij nog leeft, zult gij bij mij het genadebrood eten en geen haar zal je gekrenkt worden" en tot zijn vrouw zeide hij : „kook voor Sultan direct een pot pap dit behoeft hij niet te kauwen en geef hem mijn hoofdkussen om op te liggen". De oudé Sultan had het voortaan zoo goed als hij het maar wenschte. De wolf bezocht hem spoedig en was verblijd dat alles zoo was gegaan en zeide nu : „Waarde vriend, je zult nu toch wel een doen, als ik bij je baas eens een schaap kom halen". De hond sprak : „Ik blijf mijn baas getrouw, dus daar stem ik niet in toe".

De wolf kwam echter 's nachts terug, om een schaap te halen, doch de hond had den boer alles verteld en deze ontving den wolf met zijn dorschvlegel en klopte hem goed de huid uit. De wolf vluchtte en riep den hond toe : „Valsche kameraad, dat zal ik je inpeperen"

Den anderen morgen stuurde de wolf een wild zwijn en het den hond uitdagen in het bosch te komen, om het met den wolf uit te vechten.

De hond vond geen andere hulp dan een kat met drie pooten, en op weg zijnde liep de arme kat te hinken en van pijn strekte hij zijn staart in de hoogte. Toen nu de wolf en zijn maat hen zagen aankomen

III 3

Sluiten