Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten laatste van 't slot niets meer kon zien, dan de torens . Steeds groeide de doornhaag, en sloot alle ingangen af en zelfs den grooten mrijweg. Geen mensch kon meer in het park komen, en die het wilde probeeren werd zoo door de dorens gestoken, dat hij het spoedig opgaf. Vele jaren snelden voorbij, men vergat in de geheele omgeving het als uitgestorven paleis, waar nooit gasten meer kwamen, waar geen dansmuziek meer klonk, geen jachtstoet meer uittrok, en geen paard meer in of uitging. • ■

Als er vreemden voorbij kwamen, wees men hun op de torenspitsen en vertelde fluisterend van de schoone prinses, die daar sliep en eerst wakker zou worden als een prins haar wekte.

Vele koningszonen, die van het wonderlijke voorval gehoord hadden, probeerden wel het dicht begroeide park binnen te dringen, doch ze moesten het allen spoedig opgeven. Een enkele roekelooze, die zich te ver in den doornenhaag had begeven, kon niet meer terug en moest daar een jammerlijken dood sterven. Xen laatste sprak niemand meer over het betooverd paleis en alles bleef nu daar doodstil.

Op zekeren mooien zomerdag, terwijl de rozen bloeiden reed een vreemdeling door het naastbij zijnde dorp. Hij steeg op het dorpsplein van zijn paard, en zette zich voor de herberg, onder de boomen om zich eenigszins te verfrisschen. Dicht bij hem zat een oude man, die omringd door eenige kinderen, van het betooverd slot vertelde, waar alles sliept en van de lieve prinses, die nooit iemand in het dorp gezien had. De vreemdeling luisterde heel aandachtig

Sluiten