Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij gingen het kamertje uit. De oude vrouw zat reeds weder te spinnen. In de troonzaal vonden zij het koningspaar wat juist wakker werd. De koning riep terwijl hij zijn oogen uitwreef: „He ! wat heb ik heerlijk geslapen, breng mij spoedig een beker wijn. Wat waren zij blij dat zij hun Doornroosje zoo frisch en gezond zagen binnenkomen. Nu was het spoedig een drukte van belang. Alles was wakker geworden en was weder aan het werk gegaan. Eerst werd er nu voor een groote feestmaaltijd gezorgd, want de prins was bang dat Doornroosje weder in slaap zou vallen, en wilde haar daarom spoedig naar zijn land meenemen. Er heerschte nu een uitbundige vreugde en den volgenden dag reed de prins in een staatsiekoets met Doornroosje het paleis uit onder voortdurend gejuich van alle slotbewoners en de dorpelingen en zij leefden nog vele jaren gelukkig.

Het ganzenmeisje.

Een oude koningin, wier gemaal reeds lang geleden gestorven was, had een zeer schoone dochter. Zij werd reeds heel jong aan een prins uit een ver land uitgehuwelijkt. Toen de tijd kwam, dat het huwelijk zou plaats hebben en zij naar den vreemde zou gaan, pakte de koningin talrijke gouden en zilveren sieraden voor haar in, daar zij haar dochter zeer hef had. Zij gaf haar een hofdame mede, die haar aan haar gemaal moest overleveren. Ook een paard kreeg zij mede, dit paard heette Ealada en kon spreken. Toen het oogenblik van afscheid daar was, ging zij naar haar

Sluiten