Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij ging eiken dag door een donkere poort met haar ganzen, en vroeg hem of hij den kop van het paard daar wilde vastspijkeren opdat zij het eiken dag kon zien. Hij beloofde dit en voldeed ook aan zijn belofte. Des morgens toen zij met Conraad en haar ganzen door de poort ging sprak zij :

„Lieve Falada, die daar hangt"

en de kop antwoordde :

„Lief koningskind dat daar gaat Indien uw moeder dit wist Moest zij het besterven".

Zij kwamen buiten de stad en dreven de ganzen in het veld. Op het weiland maakte zij haar haren los, die als goud in de zon schenen. Conraad wilde haar een paar ontrooven.

Toen sprak zij:

„Windje, windje waai,

En neem Conraads hoedje Voer het met u mee Tot ik mijn haar gekapt En ook opgemaakt heb".

Er kwam een windvlaag en nam Conraads hoedje mee, en hij moest het lang naloopen en toen hij terugkwam had zij haar haar opgemaakt en werd hij boos en sprak niet tot haar, en zij gingen tegen den avond naar huis.

Den volgenden morgen sprak de jonkvrouw onder de poort weder tot den kop :

„Lieve Falada die daar hangt!" en Falada antwoordde :

„Lieve koningin, die daar gaat

Sluiten