Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschrikt riep de vrouw : „Ach God, dat was de duivel, de boom meende hij niet, maar onze lieve dochter die juist achter den molen het waschgoed ophing". De molenaar ontstelde hevig en verdrietig traden zij het huis binnen.

De molenaarsdochter was zeer schoon en vroom, en drie jaren leefden zij godsdienstig, zonder zonde. De tijd was aangekomen dat de booze haar zou komen halen. Zij waschte zich heel schoon en maakte met krijt een kring om zich heen. Heel vroeg verscheen de duivel doch hoe hij ook probeerde hij kon haar niet naderbij komen.

Nu sprak hij vol toorn tot den molenaar : „Gij moet elke droppel water van haar verwijderd houden, anders heb ik geen macht over haar".

De molenaar deed in zijn angst wat hem gezegd was. De volgende morgen kwam de duivel weder terug. Het meisje had hare handen met haar tranen nat gemaakt, zoodat zij geheel schoon waren, en weder kon hij haar niet naderen. De booze sprak nu woedend tot den Molenaar : „Gij moet haar de handen afhouwen, anders krijg ik haar niet".

Gij verlangt het onmogelijke van mij, ik kan mij* eigen kind toch de handen niet afhouwen".

De booze dreigde hem en sprak : „Indien gij dit niet doet, haal ik u zelf en zijt gij van mij".

De molenaar werd nu angstig en beloofde het te rullen doen. Hij ging nu naar zijn dochter en sprak tot haar, „Lief kind ! in mijn angst heb ik den duivel beloofd, je de beide handen af te houwen en doe ik dit niet, zal hij mij zelf komen halen". Vergeef hel

Sluiten