Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geschiedschrijvers het met elkander eens, dat de overwonnenen met moeite lijfsbehoud verkregen en dat Meerheim en Vorne in ketenen werden geklonken, om met de overige gevangenen hun lot van Graaf Willem af te wachten. Doch omtrent Ada zegt die een, dat zij aan de bewaking van haar bloedverwant Willem Van Teilingen werd toevertrouwd, zoo lang, totdat Graaf Willem te Leiden zou gekomen zijn en daar over haar lot had beschikt. Anderen houden het er voor, dat zij terstond in gevangenschap is weggevoerd. Ik geloof, dat de waarheid in het midden ligt. Op het vernemen der heuglijke overwinning haastte zich Graaf Willem, die in Zeeland was, Holland te bereiken, en bij zijn komst te Egmond met zijn gemalin werd hij aldaar door een juichende menigte ontvangen, die hem als graaf huldigdex). Op zijn last nu werd Ada, ter meerdere zekerheid en veiligheid, naar het Friesche eiland Texel gevoerd en daar als staatsgevangene, overeenkomstig haar rang en haar waardigheid, behandeld. Hieruit zou dus blijken, dat Graaf Willem geen samenkomst met Ada gehad heeft, maar van Egmond uit last heeft gegeven, zijn nicht naar Texel te brengen. Betrekkelijk korten tijd is Ada een bewoonster van dat eiland geweest2), en ten gevolge

3) Bij de inhuldiging van een graaf voerde men hem, naar de wijze der oude Germanen, op een schild, dat door eenige herauten gedragen werd, rond en het volk legde den eed van getrouwheid af. Een dergelijke inhuldiging zullen wij later uitvoeriger beschrijven.

Arend, in zijn Vad. Geschiedenis zegt: „Op het laatst van hetzelfde jaar werd zij naar Engeland overgebracht," — zonder evenwel dat jaartal te noemen.

Sluiten