Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

De zegepraal van het recht.

Het was warm in de maand Juli van het jaar 1204. De zon wierp haar gloeiende stralen over d<e aarde, en overal, waar de oorlogsfakkel niet ontstoken was, waren de landlieden ijverig bezig met het binnenhalen van het hooi en de eerstelingen des oogstes. Gelukkig het volk, dat zich daarmede kan bezighouden en de zegeningen Gods op den arbeid ondervindt.

Te Voorschoten evenwel dacht men in de laatste dagen dier maand niet aan veldarbeid, noch aan het verzamelen in schuren. Men vierde daar een kerkelijk feest, wel niet van hooge beteekenis, maar toch gewijd aan een ons onbekenden heilige, 't Was jaarmarkt te Voorschoten, een feest, dat door velen als een tijd van ont- en uitspanning wordt beschouwd en waarbij men meent, meer te moeten drinken, eten, springen en dansen dan gewoonlijk. Op gewone tijden ging het steeds, lustig bij zulk een Voorschoter jaarmarkt toe, maar in gemeld jaar liep alles samen, om dat feest luidruchtiger

Sluiten