Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te maken dan ooit te voren. En geen wonder ook! De gansche krijgsmacht van Lodewijk Van Loon had zich, na den terugkeer uit Kennemerland, waar hij een klein verlies geleden had, in en rondom Voorschoten gelegerd. Nu kunt gij begrijpen, dat de krijgslieden in hun schik waren en dat zulke uitstallingen, waar bier, wijn en andere ververschingen te kooj) werden aangeboden, een druk bezoek ontvingen van de hongerige — en altijd dorstige — wapenbroeders. Nu, schoon wij deze mannen als vijanden des lands moeten beschouwen, gunnen wij hun van harte deze verkwikking, want zij hadden zich moedig en dapper gedragen — iets, dat men ook in zijn vijand prijzen moet.

De geschiedenis meldt ons niet, waar de vijandelijke veldheer zijn tent opsloeg, of hij in den omtrek, op een hofstede, een slot of kasteel zijn verblijf heeft genomen, dan of hij onder het geboomte zijn tent uitspande. Ik geloof, dat hij het eerste boven het laatste gekozen heeft: veldheeren, en vooral als zij aan de winnende hand zijn, weten altijd het beste plekje voor zichzelf uit te kiezen. In mijn gedachte plaats ik Graaf Lodewijk Van Loon dan ,op een der sloten, die Heer Filips Van Wassenaar in die streek bezat, en zien wij hem omgeven van de hoofden zijner partij, gezamenlijk aan een maaltijd, die reeds in zoover is afgeloopen, dat de gasten bezig zijn de spijzen weg te spoelen.

Van Loon was zeer opgeruimd, en dit moet ons geenszins verwonderen: iemand, wien alles voor den wind gaat, met uitzicht op nog beter, heeft ook wel reden, om opgeruimd te zijn. De meeste aanwezige edelen zijner partij,

Sluiten