Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen aan zijn gebied. Daarna geraakte hij in twist met den bisschop, die de gevangen edelen niet wilde uitwisselen dan tegen een hoog losgeld, en moest ook nog het zwaard grijpen tegen Van Loon, wiens vrienden Zeeland wilden bestoken. Hoewel dit Graaf Willem veel geld kostte, werd hierop toch de vrede gesloten, tot groot verdriet van Van Loon, die thans alle hoop opgaf, om ooit zijn doel te bereiken. Van Loon bevond zich op dat tijdstip bij zijn schoonmoeder, de gravin-weduwe, te Utrecht, en toen beiden tot de overtuiging waren gekomen, dat alle kansen verloren waren, begaven zij zich naar het kasteel van Van Loon.

Nochtans braken er nieuwe onlusten uit, waardoor Willem in het rustig bezit van de Hollandsche kroon gestoord werd. Paus Innocentius III, door verscheidene vorsten opgestookt en ten kwade ingelicht, sprak den ban tegen hem uit „over den roof der edele vrouw, gemalin van den graaf Van Loon, landen en andere zaken," en ofschoon diens opvolger hem daarvan ontsloeg, werd hij later andermaal in den ban gedaan. Om zich hiervan te ontheffen, besloot hij in het jaar 1217, na nog vele moeilijkheden van Van Loons zijde ondervonden te hebben, een kruistocht naar het Heilige Land te ondernemen. Veel tegenspoed ondervond hij op de gevaarlijke zeereis derwaarts, hij streed in Spanje en Portugal tegen de Saracenen, en in Egypte aangekomen zijnde, behoorde hij ook onder de vorsten, die de stad Damiate aan den Nijl veroverd hebben, een gebeurtenis, die, naar men wil, nog eiken avond den Haarlemmers, van negen tot halftien, door het luiden van klokjes herinnerd wordt.

Sluiten