Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Hoe kom ik dan weer er bovenop? Ik heb aan dien kant in 't geheel geen houvast!" zei Jaap, terwijl hij rondkeek.

„Kom toch maar; je kunt het hek wel weer door. De tuinman is er, en dan is het hek altijd open."

Jaap had eerst niet veel trek; hij was een beetje verlegen uitgevallen. \an Fee hield hij vreeselijk veel, maar met de anderen kwam hij maar liever niet in aanraking. Eindelijk liet

hij zich toch overhalen; hij slingerde de beenen over den muur en liet zich glijden, 't Viel hem niet mee; hij kwam met een vrij harden bons op de bank neer en tuimelde er toen af; maar gelukkig had hij zich niet bezeerd. Hij wreef de handen aan zijn broek af en keek toen naar boven; het duurde een poos, eer hij het nestje in 't oog kreeg. „Daar is het!" riep hij, en na veel turen en gluren zag nu ook Fee het. „De jongen zijn al uitgevlogen," zei hij na een poos.

Sluiten