Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minuten geleden ben thuisgekomen; maar dat had net zoo goed anders kunnen zijn.",

Dirk keek beschaamd naar den grond; hij had zoo'n spijt, en hij beloofde, dat hij niet weer alleen uit wandelen zou gaan, als grootma, oom of tante het niet wisten. Daarna vertelde hij van zijn omdwalingen op het mooie buiten en van zijn ontmoeting met Marietje en Otto en Anna Werens en Nancy en Johan Verwoert. En over die aardige juffrouw Van Voorst, die zijn ma zoo goed gekend had, raakte hij haast niet uitgepraat.

Een paar minuten later kwam ook Benno thuis. Nadat hij zijn moeder en zuster begroet had, trok hij Dirk naar zich toe en zei: „Zoo, kleine vagebond, ik heb al van je avonturen gehoord; ik kwam daar net het troepje met de bonte blaren tegen. Maar een anderen keer moet je eerst verlof vragen voor je omzwervingen, hoor!"

t Was nu intusschen tijd geworden, idat Polio zijn drankje moest innemen. Het ging niet veel beter dan den eersten keer, en de heele familie kwam er weer bij te pas. Nog twee keer dien avond dezelfde vertooning. 't Was een lastl

„Hoe moet dat morgen gaan?" dacht Bertha bij zichzelf; want dan gingen haar moeder en haar broer uit koffiedrinken naar een oude vriendin van mevrouw Van Driest, die niet heel sterk was en zelden de deur uitkwam. Zij was ook mee gevraagd; maar zij vond het beter, om Dirk niet alleen thuis te laten, en hem meenemen durfde zij niet goed, omdat zij bang was, dat dat te druk zou zijn voor de oude dame. Mina moest haar dan maar helpen met het ingeven van het drankje, dacht zij.

Toen het den volgenden dag voor den tweeden keer tijd was, om den hond het geneesmiddel toe te dienen, stond Bertha er toch alleen voor; het was immers Mina's kerkdag, en na kerktijd ging Mina altijd haar moeder opzoeken.

„Ik moet er mij doorheen slaan," dacht Bertha. „Komaan, Polio is zoo verstandig, en hij houdt zooveel van mij; ik zal maar eens probeeren, hoeveel een vriendelijk woordje op hem vermag."

Zij nam een stukje vleesch en legde dat op den rand van de

ROZEFKE. i

Sluiten