Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu, mevrouw Van Driest vond niet gauw iets lastig, als zij anderen een genoegen kon doen of een dienst bewijzen, en toen Benno met het verzoek voor den dag kwam, zei ze alleen: „Mij is 't goed. Als jullie maar zorgt, dat Almaskus geregeld uitgaat."

„Ik kan ook wel eiken dag met hem en Polio wandelen, grootma, ' zei Dirk. „Ik ken hier nu al overal den weg, en Polio is goed aan mij gehecht."

„Wel, als ieder een beetje meehelpt, zullen we in 't geheel geen last van mijnheer Almaskus Puteanus van Varik hebben/' zei Benno, „en mijn vriend Berkhout kan met een gerust hart zijn verlof in Amsterdam doorbrengen."

Dat was dus in orde, en dien zelfden dag kwam de beroemde gast; Benno had hem na zijn kantoortijd van de kamers van zijn vriend afgehaald.

Toen het tweede ontbijt opgeruimd was, zei Bertha tegen Dirk: (,Wat zeg je van een wandeling, ventje?"

Dirk sprong verheugd op en liet zijn spoortrein in den steek.

„Tijd om je speelgoed netjes op te ruimen, is er altijd wel," hernam Bertha lachend. „En doe dan je dik jasje aan; want 't is geducht koud; het heeft van nacht tien graden gevroren. Maar 't is toch mooi weer, de zon schijnt zoo heerlijk."

Om twee uur gingen ze de deur uit, tante en haar neefje, vergezeld door de twee groote honden. Voor de veiligheid had Bertha Almaskus aan de zweep; zij kende het dier zoo weinig, en hij mocht eens wegloopen!

Maar Almaskus Puteanus van Varik liep zoo kalm en zoo statig, als van de viervoetige vrienden van den mensch alleen maar een barsoi loopen kan. Hij trok heelemaal niet aan den riem, zoodat Bertha niet den minsten last van hem had.

Na een half uur dacht zij dan ook: „Waarvoor hem nog langer aan de zweep te houden! Ik zal hem maar losmaken."

Zoo gedacht, zoo gedaan.

Almaskus keek haar dankbaar aan en kwispelde even met zijn mooien, sierlijk omgebogen pluimstaart. Maar terwijl Bertha den riem om het handvat van de zweep wond, sprong Almaskus vooruit; hij vergat al zijn voornaamheid en zijn waardigheid, en

Sluiten