Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar ook wel in de Steenstraat, en dat is nog al een eind uit elkaar."

„Ik weet wat!" riep Dirk eensklaps verheugd uit.

„Zeg gauw op," verzocht zijn tante ongeduldig.

„Wel, oom is dikwijls met Polio naar mijnheer Berkhout geweest, gisteravond nog, geloof ik. Polio zal den weg naar mijnheers kamers dus wel kennen."

En onmiddellijk daarop ging de kleine vent vlak voor den hond staan en zei: „Polio, zoek Almaskusl"

Polio begreep zijn opdracht. Kwispelend ging hij vooruit, telkens omkijkend, om te zien, of hij wel door Bertha en Dirk gevolgd werd, en na een kwartier bleef hij voor een sigarenwinkel staan.

Tante en neefje gingen naar binnen, en Polio drong zich tusschen hen door en ging regelrecht de trap op naar boven.

De eigenaar van den winkel zei lachend: „U zoekt zeker den hond van mijnheer Berkhout, niet waar, juffrouw."

Bertha zei van ja, en toen hernam de sigarenhandelaar: „Hij is hier een minuut of tien geleden aangekomen, en nu ligt hij boven voor de kanapee. Eerst heeft hij de beide kamers doorgesnuffeld : maar nu hij zijn baas niet gevonden heeft, zal hij wel gewillig met u meegaan."

„Ik zal hem toch maar liever aan de zweep doen; dat is veiliger. Vindt u 't goed, dat ik zelf maar even naar boven ga?" vroeg Bertha.

„Zeker, juffrouw, gaat u uw gang maar," antwoordde de koopman

Door haar neefje gevolgd, ging Bertha naar boven; zij kon zich niet in de kamer vergissen; want Polio stond voor een der deuren en jankte ongeduldig. Bij het binnentreden van het vertrek kwam Almaskus hen tegemoet, en hij was blijkbaar bereid om mee te gaan; hij had zich immers overtuigd, dat zijn baas er toch niet was.

De gestoorde wandeling werd nu hervat en zonder nieuwe hindernissen ten einde gebracht; opgewekt kwamen alle vier om vier uur thuis.

Sluiten