Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Polio hechtte zich met den dag meer aan alle leden van het gezin, waar hij zulk een goed onderkomen had gevonden, en dat was waarlijk geen wonder!

Op zekeren dag in het voorjaar kwam Benno na kantoortijd thuis met iets onder zijn overjas. Het was blijkbaar iets, waar men heel voorzichtig mee moest wezen.

„Wat heb je daar, jongen?" vroeg mevrouw Van Driest nieuwsgierig, en ook Bertha keek met verwonderde blikken naar het pakje, dat er te voorschijn kwam.

„Een cadeautje voor Bertha," antwoordde Benno met een geheimzinnig lachje.

Polio was ook bij de tafel komen staan; hij snuffelde geweldig en kwispelstaartte van belang.

„Ik hoor wat," zei Bertha, terwijl Benno het touwtje losmaakte.

Geen wonder," merkte Benno op; „het leeft."

Hij trok het touwtje er af en verwijderde daarna het papier, en nu zagen de drie belangstellende toeschouwers een klein leelijk kooitje, en daarin een allerliefst sijsje. Jankend van opgewondenheid zette Polio de voorpooten op de tafel; maar 't arme vogeltje was op die kennismaking in 't geheel niet gesteld ; het fladderde angstig in het kleine kooitje heen en weer.

„Koest, Polio! Je kunt den nieuwen huisgenoot wel op wat

Sluiten