Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

EEN AVOND IN OOM TOMS HUT.

Oom Toms hut was een klein, van boomstammen vervaardigd gebouw in de onmiddellijke nabijheid van het „Huis", gelijk de neger bij voorkeur de woning van zijn meester noemt. Voor die hut zag men een klein lapje tuingrond, waar des zomers aard- en aalbeziën en eene groote verscheidenheid van vruchten en planten onder eene zorgvuldige behandeling groeiden. De geheele voorgevel was bedekt met een scharlaken mignonia en eene inlandsche multiflora-roos, die, zich door elkander slingerende, nauwelijks een enkel plekje van de ruwe stammen bloot lieten. Ook vonden hier des zomers verscheidene schitterende bloemen van het jaargetijde, als goudbloemen, petunia's en klokjes, een vreedzamen schuilhoek om haar glans ten toon te spreiden, terwijl ze tevens de vreugde en trots waren van Tante Chloé's hart.

Laat ons de nederige woning binnentreden. De avondmaaltijd in het „Huis" is afgeloopen, en Tante Chloé, die bij de bereiding daarvan de hoofdrol vervulde, had aan mindere bedienden van de keuken het wasschen en wegruimen der vaat overgelaten en zich naar hare eigene woning begeven, om het avondmaal voor haren „ouden man" gereed te maken. Gij ziet haar daarom met zorgvuldige belangstelling daar bij het vuur staan en met spiedende oogen naar den inhoud van een stoofpan zien, om daarna met even groote belangstelling het deksel van een ketel op te tillen, waarbij de opstijgende damp verraadt, dat er „iets goeds" in te vinden is. Tante Chloé heeft een rond, zwart glad gelaat, zoodat men in de verzoeking zou komen te denken, dat het evenals een van

Sluiten