Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel mogelijk was, tegen de overrompeling en de verwoestingen der kleinen beveiligd. Die hoek was dan ook inderdaad de pronkkamer van de hut. In den anderen hoek stond een bed van veel nederiger aanzien en blijkbaar tot algemeen gebruik bestemd. De muur tegenover den vuurhaard was versierd met bonte bijbelsche platen en een afbeeldsel van generaal Washington, gekleurd en geschilderd op eene wijze, die dezen held zeker verbaasd zou hebben doen staan, indien hij het bij zijn leven had aanschouwd.

Op eene ruwe bank in den hoek zaten een paar knapen met wollige hoofden, glinsterende zwarte oogen en vette, glimmende wangen, bezig om de eerste proeven in het loopen van het kleine meisje te bespieden, die, zooals gewoonlijk, bestonden in het optillen der voetjes, een oogenblik wankelen en daarop volgend omrollen, terwijl iedere mislukte proef, als iets bizonder grappigs, een luid gelach deed ontstaan.

Eene eenigszins gebrekkige tafel was voor het vuur geplaatst en met een wit laken bedekt, waarop borden en schotels van een sierlijk fatsoen prijkten en alle teekenen van een naderenden maaltijd vertoonden. Aan die tafel was Oom Tom gezeten, wiens uiterlijk wij reeds beschreven hebben.

Hij was ijverig bezig op een lei, die voor hem lag, en waarop hij zorgvuldig en langzaam eenige letters trachtte na te maken, die hem waren voorgeschreven door den jongenheer George, een vroolijke, levendige knaap van dertien jaren, die zich zijne waardigheid als onderwijzer volkomen scheen bewust te zijn.

„Niet zóó, Oom Tom, niet zoo," zeide hij driftig, toen deze ijverig den staart van de g naar de verkeerde zijde omhaalde; „gij maakt eene q, ziet gij wel?"

„Ja, waarlijk," zeide Oom Tom met een eerbiedig, bewonderend gelaat, terwijl zijn jonge meester een aantal

Sluiten