Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bedeelen, die hun portie bij voorkeur schenen te nuttigen, terwijl zij zich onder de tafel op den grond omrolden, met elkander speelden en de kleine op moeders schoot van tijd tot tijd aan de beentjes trokken.

„Ha, ha! Zult gij stil wezen daar?" zeide de moeder, nu en dan een slag in 't wilde onder de tafel doende, wanneer de jongens wat al te rumoerig werden. „Kunt gij niet bedaard zijn, wanneer blanke menschen ons komen bezoeken? Stil daar, of ik zal je spreken, zoodra massa George weg is!"

Wat er met deze vreeselijke bedreiging werd bedoeld, is moeielijk te zeggen, maar zeker is het, dat de beteekenis daarvan al zeer weinig indruk op de jonge knapen scheen te maken.

„Zie eens," zeide oom Tom, „zij zitten zoo vol streken, dat zij zich niet weten te bedwingen."

Thans kwamen de jongens van onder de tafel te voorschijn en met handen en aangezichten, die met ontelbare stroopvlekken bedekt waren, begonnen zij hun klein zusje te kussen.

„Weg met u!" zeide de moeder, de wollige hoofden van zich stootende. „Gij kleeft aan elkaar en zult niet meer schoon worden. Gaat naar de beek en wascht u!" beval zij hare vermaning van een luid klinkenden klap vergezellende, die echter de jongens nog zoo veel te luider deed lachen, terwijl zij haastig over elkander heen de deur uit tuimelden en buiten in een luid gejoel uitbarstten.

„Heb ik nu ooit van mijn leven zulke wilde rekels gezien!" zeide Tante Chloé, eer vergenoegd dan toornig, terwijl zij een ouden handdoek met eenig water nam, om daarmede het gelaat en de handen van het kleine meisje te wasschen, en na haar zoo lang gepoetst en gewreven te hebben, totdat zij glom, zette zij haar op Oom Toms schoot waarna zij zich onledig hield met het overschot en de schotels van den avondmaaltijd weg te bergen. Het kind,

Sluiten