Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trok Oom Tom nu en dan aan den neus, streelde hem in het gelaat of woelde met de vette handjes in zijn wollig haar, welk laatste haar een bizonder groot genoegen scheen te verschaffen.

„Is 't niet een engel van een kind," zeide Tom, terwijl hij haar op een kleinen afstand van zich hield, om haar eens recht in het gelaat te kunnen zien, en vervolgens opstaande, zette hij haar op zijn breeden schouder en begon te springen, terwijl George haar met zijn zakdoek toewuifde, en Mozes en Peter, die van de beek terugkwamen, een leven maakten als jonge beren, tot eindelijk tante Chloé verklaarde, dat „zij haar hoofd van den romp deden vallen" door al het geweld dat zij maakten." Maar daar naar hare eigen verklaring het rumoer dagelijks in de hut herhaald werd, deed hare vermaning in geenen deele de algemeene vroolijkheid verminderen, totdat een ieder genoeg gedanst en gesprongen had, om eindelijk naar rust te verlangen.

„Nu, ik hoop, dat gij eindelijk gedaan zult hebben," zeide Tante Chloé, die zich inmiddels bezig had gehouden om een ruwe hangmat in gereedheid te brengen; „en dus Mozes en Peter, kom hier en ga slapen, want zij zullen hier vanavond de samenkomst hebben."

„Och, moeder, laat ons daarbij wezen; het is zoo aardig en wij houden er zooveel van."

„Wel ja, Tante Chloé, laat hen opblijven," zeide George, de hangmat weder achteruit stootende.

Tante Chloé, die op deze wijze den schijn bewaard had, scheen met het voorstel zeer ingenomen te wezen, en zeide, terwijl zij de hangmat wegborg: „Nu, het zij zoo, het zal hun misschien goed doen."

Het geheele gezin vereenigde zich nu om de noodige schikkingen te maken, ten einde de bedoelde bijeenkomst te kunnen ontvangen.

Toen al het overige geregeld was, werden er twee

OOM TOM.

Sluiten