Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, neen, antwoordde zijne vrouw, ik wil in geenerlei opzicht medeplichtig worden; ik zal den armen Tom opzoeken, zij zullen zien, dat hun meesteres met hen en voor hen lijdt. Wat Elise betreft, daar durf ik niet aan denken, de Heer helpe haar!

Zonder dat de heer en mevrouw Shelby het vermoedden, was hun gesprek door een derde beluisterd. Door een onbeschrijfelijken angst gedreven, was Elise dien avond haar kamertje, waar haar kind rustig lag te slapen, ontvlucht en stond nu in de kleedkamer harer meesteres, met het oor tegen de slaapkamerdeur, waar zij woord voor woord had gehoord, wat haar meester en meesteres hadden besproken.

Toen de stemmen zwegen, sloop zij bleek als een doode, naar haar eigen kamertje terug.

Haar eigen kamertje, hoe gezellig zag het er uit, getuigend van de goedheid en vriendelijkheid harer meesteres: de boekenhanger met verschillende snuisterijen, de kleerkast, de latafel, de mooie schilderijtjes, het keurige bed, waarin haar kleine Harry nu lag te slapen; zijn lange, donkere krullen golfden om zijn hoofd, zijn rozen mondje half open, zijn mollige handjes op het dek en een glimlachje op het gelaat.

„Arm kind, arm schaap!" mompelde Elise, „je bent verkocht, maar je moeder zal je redden!"

Geen traan viel op 't bedje, met brandend drooge oogen keek Elise in 't rond, nam haastig een stuk papier en schreef met pot,ood het volgende: „lieve mevrouw, ik heb alles gehoord en ik wil trachten mijn jongen te redden, beoordeel mij niet hard en denk niet dat ik ondankbaar ben: God zegene u en beloone u voor al uw goedheid!"

Ze lei dit briefje op tafel en maakte toen een pakje van eenige kleertjes van het kind, dat zij met een doek om haar middel bevestigde. Daarop maakte ze Harry wakker en kleedde hem aan.

Sluiten