Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aderen stollen en haar schreden verhaasten. Haar jongen was al groot genoeg om naast haar te kunnen loopen en in een gewoon geval zou ze hem aan de hand geleid hebben, maar nu deed de gedachte hem op den grond te zetten haar huiveren en hem vast aan haar borst drukkend, snelde zij voort, terwijl gedurig haar lippen een gebed stamelden tot den Heer, dien zij in allen eenvoud des harten lief had en vertrouwde. Kleine Harry sliep; voelend dat hij slaap kreeg, had hij eerst gevraagd: „Moeder, moet ik wakker blijven?"

„Neen, mijn jongen, je moogt wel slapen, als je wilt."

„Maar, moeder, zal de booze man mij niet krijgen, als ik slaap?"

„Neen, neen, met Gods hulp niet!" zei demoeder, terwijl haar wangen nog bleeker en haar groote oogen nog schitterender werden.

„Is het zeker, moeder?"

„Ja, zeker!" was het antwoord op een toon, die haar zelf verbaasde, want het was of een inwendige stem haar dit antwoord ingaf. Het kind legde zijn moede hoofdje op haar schouder en sliep weldra gerust. De aanraking van die armpjes, zijn adem, dien zij in haar hals voelde, gaven haar nieuwe kracht en staalden haar moed. De grenzen der plantage, kleine en groote bosschen gingen haar als in een nevel voorbij, terwijl zij haastig voortsnelde, niet verflauwend, niet stilstaand, totdat de morgenschemering haar ver van alle bekende plaatsen vond, op den grooten weg. Zij had met mevrouw Shelby dikwijls bezoeken afgelegd in het dorp T. aan den Ohio gelegen. Daar heen te gaan en over die rivier te komen, was haar eerste vluchtige plan. Verder wilde zij alleen hopen op Gods hulp.

Toen er paarden en voertuigen op den weg kwamen, begreep zij, dat haar snelle tred en verwilderd voorkomen de aandacht moesten trekken, en daarom maakte ze Harry wakker en zette hem op den grond. In het meegenomen

Sluiten