Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heet Tom; de kleine kinderen daar ginds, heel ver in Kentucky waren gewoon mij Oom Tom te noemen."

„Nu dan zal ik het ook doen, want ik houd van je," zeide het meisje. „Zeg mij nu ook eens, Oom Tom, waar je heengaat."

„Ik weet het niet."

„Weet je het niet?" vroeg Eva.

„Neen; men wil mij aan iemand verkoopen, ik weet niet aan wien."

„Mijn papa kan je wel koopen," zeide Eva haastig; „en als hij het doet, dan zult gij het goed hebben. Ik zal er hem van daag nog om gaan vragen."

,0, ik dank u, gij zijt zeer vriendelijk, kleine dame," antwoordde Oom Tom.

Hier hield de boot bij eene kleine landingsplaats stil om hout in te nemen, en Eva, die de stem haars vaders hoorde, sprong dadelijk naar hem toe. Oom Tom stond op en ging heen om zijne diensten bij het hout dragen aan te bieden en was weldra even werkzaam als de overigen.

Eva en haar vader stonden met elkander bij de verschansing, om de boot van de landingsplaats te zien afvaren; het rad had twee of drie slagen in het water gedaan, toen het meisje door eene plotselinge beweging het evenwicht verloor en eensklaps van de boot in het water stortte. Haar vader, die nauwelijks wist wat hij deed, was gereed haar na te springen, maar werd door iemand van achteren vastgehouden, die zag dat krachtiger hulp tot redding van het kind was toegeschoten.

Oom Tom stond juist onder haar op het benedendek toen zij viel. Hij zag haar in het water vallen en zinken, en binnen een oogwenk was ook hij in den stroom. Breed geschouderd en sterk gespierd als hij was, kostte het hem weinig moeite, zich in het water boven te houden, totdat na eenige seconden de kleine drenkeling weder te voorschijn kwam, waarna hij haar in zijne armen nam, met

Sluiten