Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toonde door hetgeen zij zeide, dan door een soort van trotsch en verachtelijk stilzwijgen, alsof het haar te gering was, over zoo iets een enkel woord te verspillen.

Wat haar verstandelijke ontwikkeling betreft, zij had een helderen, krachtigen, werkzamen geest; was goed bekend met de geschiedenis en de oude Engelsche schrijvers, en had, binnen zekere enge perken, een heldere wijze van denken. Haar godgeleerde en godsdienstige stellingen waren allen in de volmaaktste orde en op het duidelijkst onderscheiden opgeborgen als de inhoud van haar kleerkist; er waren juist zoo vele aanwezig, en ze zouden met geen enkele vermeerderd worden. Zoo was het ook gesteld met haar denkbeelden aangaande het werkelijk leven, gelijk bijvoorbeeld de huishouding in al haar verschillende takken, en verschillende staatkundige belangen van haar geboortedorp. En bij alles lag, dieper dan eenig ander beginsel, hoe edel en verheven ook, nauwgezetheid van geweten ten grondslag van geheel haar bestaan. Nergens wellicht is de stem des gewetens zoo sterk sprekend, zoo gebiedend en alles beheerschend als bij de vrouwen van Nieuw-Engeland. Het is de granietformatie, die het diepste ligt en opstijgt, zelfs tot de toppen der hoogste bergen.

Juffrouw Ophelia was bepaald een slavin van het „moeien". Eenmaal overtuigd, dat „de weg van plicht," gelijk zij zich placht uit te drukken, in zekere gegeven richting lag, dan waren vuur en water niet in staat haar te beletten, dat zij dien bewandelde. Zij zou rechtuit in een put of tegen den mond van een geladen kanon zijn ingeloopen, indien zij zeker wist, dat haar weg daar heen leidde. Haar maatstaf van recht stond zoo hoog, was zoo alles omvattend tot in het geringste toe, en was zoo weinig inschikkelijk voor menschelijke zwakheid, dat, met hoeveel inspanning en heldenmoed zij haar doelwit ook zocht te bereiken, zulks nooit geschiedde en zij dus gebukt ging

Sluiten