Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtop als een stopnaald, parasol en parapluie stevig vasthoudend, antwoordende met een kortheid en vastheid, die zelfs een sjouwer den moed ontnam, tusschenbeide Eva op een toon van verbazing vragende, waar haar vader misschien wel aan dacht, want daar hij wel niet over boord gevallen zou zijn, moest hem toch zeker iets zijn overkomen. Juist echter toen zij zich inderdaad angstig ging maken, kwam hij met zijne gewone luchtigheid aan wandelen, gaf Eva een vierde van den sinaasappel en zeide:

„Wel, nicht Vermont, mij dunkt, gij zult reeds met uw zaken gereed zult zijn."

„Ik ben het reeds sedert een uur geweest en heb al dien tijd op u zitten wachten," zeide juffrouw üphelia. „Ik begon mij waarlijk bezorgd te maken."

„Welnu, het rijtuig staat te wachten, en de groote menigte is weg, zoodat men nu op een fatsoenlijke manier aan land kan gaan, zonder gestooten of gedrongen te worden. „Hier", riep hij den voerman toe, die achter hem stond, „pak deze goederen aan."

„Ik zal er op toezien," zeide juffrouw Ophelia.

„Wel foei, nicht, waartoe zou dat dienen?" vroeg St. Clare.

„Nu, in elk geval zal ik dit en dit en dit dragen," zeide juffrouw Ophelia, op drie doozen en een reiszak wijzende.

„Och, beste nicht Vermont, gij moet dat hier niet doen! Gij moet ten minste iets van ons zuidelijk beginsel aannemen en daar niet zoo zwaar beladen langs den weg loopen. Zij zullen u voor een dienstmeid houden; geef dat goed aan dien man; hij zal er voor zorgen, alsof het zijn eigen was."

Juffrouw Ophelia zag haar neef wanhopig aan, toen deze haar al haar schatten afnam, en was innig verblijd, toen zij ze goed verzorgd bij zich in het rijtuig wedervond.

Sluiten