Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebt het immers zelve gehoord, hoe zij zich durfde aanbieden om bij mij des nachts te waken, terwijl Mammy dan zou kunnen gaan slapen! Op zulk een wijze zou het kind waarlijk altijd gaan handelen, indien zij aan zich zelve werd overgelaten."

„Welnu," zeide juffrouw Ophelia, zonder omwegen te gebruiken, „ik hoop toch, dat gij uwe bedienden als menschelijke wezens beschouwt, die ook aanspraak hebben op eenige rust, wanneer zij vermoeid zijn?"

„Wel zeker! zeer natuurlijk! Ik ben er zeer op gesteld, dat zij behoorlijk alles ontvangen wat hun toekomt, voor zoo veel betamelijk is namelijk, begrijpt gij? Mammy kan nu en dan gaan slapen; daaromtrent bestaat niet de minste zwarigheid. Maar zij is het slaperigste schepsel dat ik ooit heb gezien; of zij zit, of staat, en of zij het een of ander doet, overal en altijd slaapt zij en kan zij slapen. Er is volstrekt geen gevaar bij dat Mammy geen slaap genoeg zal krijgen. Doch het is waarlijk belachelijk om bedienden zoo te behandelen, alsof zij zwakke bloemen of broze porseleinen vazen zijn," vervolgde Marie, terwijl zij in de kussens van een wijde, zachte rustbank neerzonk en haar sierlijk geslepen reukfleschje naar zich toehaalde.

„Gij ziet," vervolgde zij met een zwakke, voorname stem, „gij ziet, nicht Ophelia, dat ik niet veel van mij zelve spreek. Dit is mijn gewoonte niet, en het is mij ook niet aangenaam, te meer daar ik er geen kracht voor heb. Maar er zijn vele punten, waarin ik en St. Clare zeer van elkander verschillen. St. Clare heeft mij nooit verstaan of begrepen, en ik geloof dat dit de oorzaak van al mijn kwalen is. St. Clare meent het goed, dat moet ik bekennen, maar de mannen zijn over het algemeen zoo baatzuchtig en gebruiken zoo weinig inschikkelijkheid voor hun vrouwen; ik ten minste gevoel dat dagelijks."

Juffrouw Ophelia, die niet weinig van de Nieuw-Engelsche omzichtigheid bezat, en daarbij een hevigen afkeer had

Sluiten