Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij nooit in den Bijbel las, en nooit ter kerk ging; dat hij met alles schertste, en den draak stak met alles wat hem voorkwam; dat hij den Zondagavond in de opera of den schouwburg doorbracht; dat hij drinkgelagen, clubs en avondpartijen meer bezocht dan eigenlijk wel betamelijk was, dat alles waren dingen die Tom even goed bespeurde als iedereen, en waarop hij de overtuiging bouwde, „dat massa geen Christen was" een overtuiging echter, die hij niet gemakkelijk aan iemand anders zou toegeven, maar waarop hij zoovele van zijn eenvoudige, eigenaardige gebeden grondde, wanneer hij zich alleen in zijn klein slaapvertrekje bevond. Wij willen niet zeggen dat Tom soms bij gelegenheid niet op zijn eigene wijze zijn gedachten openbaarde, gelijk dat bij zijn klasse van menschen dikwerf wordt opgemerkt en zooals bijvoorbeeld geschiedde, toen op den dag na den door ons beschreven Zondag St. Clare op een vroolijke partij werd genoodigd en hij des nachts eerst tusschen een en twee uur in een bewusteloozen toestand te huis gebracht werd. Adolf en Tom hielpen hem naar zijn kamer, de eerste in een vroolijke luim, daar hij de geheele gebeurtenis bloot als een grap beschouwde en hartelijk meende te moeten lachen en spotten met de ontsteltenis en den afschuw van Tom, die oprecht en eenvoudig genoeg van harte was om het overige van den nacht wakende en voor zijn jongen meester biddende door te brengen.

„Wel, Tom, waar wacht je toch op?" zeide St. Clare den volgenden dag, toen hij in zijn huisjas en pantoffels gekleed, in zijn boekerij zat. St. Clare had hem juist eenig geld voor onderscheidene boodschappen gegeven. „Schort er iets aan, Tom?" vervolgde hij, toen deze nog altijd bleef staan.

„Ik vrees, ja, massa," zeide Tom met een ernstig gelaat.

St. Clare legde het nieuwsblad uit de hand, zette zijn kop koffie neder en zag Tom stijf aan.

Sluiten