Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was inderdaad een engel. — zie mij zoo niet aan! je weet wat ik meen! — Zij had wel is waar de gedaante van een mensch, maar zoo ver ik ooit heb kunnen opmerken, was er geen enkel spoor van menschelijke zwakheid of dwaling in haar, en allen, die zich harer herinneren, 't zij vrije of slaaf, dienaar of vriend of bekende, allen zeggen hetzelfde. En zie, mijn waarde nicht, die moeder is het geweest, welke jaren lang tusschen mij en het vreeselijkste ongeloof heeft gestaan. O moeder, moeder," riep St. Clare uit, terwijl hij de handen in een soort van geestvervoering vouwde; maar vervolgens zich ijlings bedwingende, keerde hij terug, zette zich op de sofa en ging voort:

„Mijn broeder en ik wai'en tweelingen, en tweelingen moeten naar het algemeen gevoelen, zooals je weet, elkander in veel opzichten gelijken; doch wij beiden verschilden in alles van elkander als de nacht van den dag. Hij had zwarte, vurige oogen, gitzwart haar, scherpe, sprekende Romeinsche trekken en een schoon, bruin gelaat. Ik had blauwe oogen, blond haar en Grieksche trekken. Hij was ijverig, opmerkzaam en nauwlettend — ik droomerig en werkeloos. Hij was edelmoedig jegens vrienden en gelijken, maar trotsch, beerschzuchtig, onverdragelijk jegens minderen, en zonder eenig mededoogen, zonder eenige toegevendheid jegens alles wat zich tegen hem verzette. Open, eerlijk waren wij beiden; hij uit trotschheid en moed, ik uit een soort van afgetrokken dweperij. Wij beminden elkander gelijk knapen gewoonlijk doen, nu meer dan minder, al naar omstandigheden; hij was de lieveling van mijn vader, ik die mijner moeder.

„Er vertoonde zich in mij bij ieder voorkomende gelegenheid een ziekelijke teergevoeligheid en fijnheid van gewaarwording, waarvan noch hij, noch mijn vader zich een helder denkbeeld konden vormen, en waarmede zij in 't geheel niet konden instemmen. Maar met mijn moeder was dat anders, en als ik dus soms eens twist

Sluiten