Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tom begon eindelijk met zooveel verlangen aan huis te denken, dat hij Eva om een vel schrijfpapier had verzocht, en met behulp van zijn aangeleerde schrijfkunst, die hij door het onderwijs van den jongen heer George had opgedaan, een brief wilde schrijven, waarvoor hij nu bezig was, eerst op de lei een proef te maken. Tom bevond zich in geen kleine verlegenheid, want sommige letters was hij geheel vergeten, en die hij zich nog herinnerde, wist hij niet te gebruiken zooals het behoorde, en terwijl hij dus werkte en zich afsloofde, en nu en dan bij zijn ernstige inspanning diep ademhaalde, klauterde Eva als een vogel op de leuning van zijn stoel en gluurde over zijn schouder.

„O, Oom Tom, welke gekke dingen maakt gij daar!" riep zij uit.

„Ik wilde probeeren om aan mijn vrouw en mijne kleine kinderen te schrijven, jonge juffrouw Eva," antwoordde Tom, terwijl hij zich met de vlakke hand over de oogen streek; „maar ik begin waarlijk te vreezen, dat ik er niet mee klaar kom."

„Ik wou, dat ik je kon helpen Tom. Ik heb ook schrijven geleerd. Verleden jaar kon ik alle letters maken, maar ik ben bang dat ik ze vergeten ben."

Eva stak haar lokkig hoofdje dicht bij het zijne, en beide begonnen nu een ernstige beraadslaging, daar beiden even ijverig, maar ook even onkundig waren. Na groote inspanning en velerlei uitroepen van goed- en afkeuring en veelvuldig nadenken bij ieder woord, begon het er eindelijk tot beider vreugde naar te lijken.

„Ja, zie nu eens, Oom Tom, het begint waarlijk iets te worden," riep Eva uit, met blijdschap op het werk starende. „Hoe verheugd zullen uw vrouw en die arme kleine kinderen zijn! O, het is een schande, dat men je ooit vandaar heeft weggevoerd! Ik zal papa vragen, dat hij je weer naar hen laat heengaan."

Sluiten