Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik wist niet wat ik anders bekennen zou," antwoordde Topsy, zich de oogen wrijvende.

„Maar ik wilde natuurlijk niet, dat je mij iets wijs maakte wat je niet gedaan had," hernam Ophelia, „dat is even goed liegen als het andere."

„Ja, is het dat?" vroeg Topsy met onschuldige verwondering.

„Och, zij weet niet eens wat waarheid is," merkte Rosa op, het meisje verontwaardigd aanziende. „Als ik massa St. Clare was, dan zou ik haar laten geeselen, totdat het bloed te zien kwam, dat zou ik! Ik zou haar wel leeren!"

„Neen, neen, Rosa," zeide Eva, met zeker gezag dat het kind bij sommige gelegenheden zeer goed kon aannemen, „zoo moet je niet spreken, zeg ik, Rosa. Ik wil dat niet hooren."

Ei, wat, jongejuffrouw Eva, gij zijt zoo goed, gij weet niet hoe men met die negers moet omgaan. Er is geen ander middel dan hen duchtig te laten ranselen, dat zeg ik u."

,>Zwijg, Rosa!" beval Eva. „Ik wil zoo iets niet meer hooren." En de oogen van het kind begonnen te fonkelen en haar wangen te kleuren.

Rosa was door die woorden geheel uit het veld geslagen.

Jongejuffrouw Eva heeft geheel en al de natuur van massa St. Clare, dat is duidelijk zichtbaar," mompelde zij, terwijl zij de kamer verliet, „Zij spreekt precies als haar vader."

Eva bleef Topsy eenige oogenblikken aanzien.

Daar stonden de beide kinderen als vertegenwoordigsters van de twee uitersten der maatschappij: het schoone, in hoogen stand geboren kind, met haar gouden lokken, helder schitterende oogen, haar edele, fijn gevormde wenkbrouwen en haar vorstelijke bewegingen, en daar naast het zwarte, scherpe, listige, kruipende en toch schrandere slavinnetje! Zij stonden daar bij elkaar als toonbeelden

Sluiten