Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eva en Tom spoedden zich naar binnen.

Juffrouw Ophelia was niet jong meer en zeer bedreven in het verplegen van kinderen. Zij was gelijk gij weet, uit Nieuw-Engeland afkomstig en kende de eerste langzame voetstappen dier zachte en bijna onmerkbare ziekte, die zoovele der schoonste en beminnelijkste wezens wegsleept en hen, voordat nog een enkele levensdraad schijnt verbroken te zijn, onherroepelijk tot een vroegen dood bestemt.

Zij had dien korten, drogen kuch wel opgemerkt en dat dagelijksch gloeien harer wangen, evenals ook het glinsteren harer oogen en haar opgewondenheid, die door sluipkoortsen veroorzaakt werd.

Zij trachtte haar vrees aan St. Clare mede te deelen, maar deze wees haar onheilspellende vermoedens af met wrevel, die zeer weinig bij zijn gewone goedhartige onverschilligheid paste.

„Och, bekommer je toch niet al te zeer, nicht; je moet niet altijd kwaad zien — ik houd daar niet van," was zijn antwoord. „Zie je dan niet, hoe het kind groeit? Kinderen verliezen altijd door sterk groeien iets van hun krachten."

„Maar zij heeft zulk een drogen kuch!"

„Och, gekheid, die kuch beteekent niets! Heeft zij misschien ook een weinig kou gevat?"

„Maar juist met zoo'n kuch zijn Elize Jane, en Ellen en Maria Sanders heengegaan."

„Och, zwijg toch van die nare verhalen! Gij oude dames wordt ook zoo knap en verstandig, dat een kind niet hoesten of niezen kan, zonder dat je al aanstonds ziekte en dood voor je ziet. Pas maar goed op het kind, waak er voor, dat zij niet in de avondlucht komt, en laat haar niet te lang spelen, en je zult zien dat zij spoedig weer dezelfde van vroeger is."

Zoo sprak St. Clare, maar hij werd niettemin bezorgd en onrustig. Hij bespiedde Eva dag aan dag met koorts-

Sluiten