Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eva kucht of haar maar het geringste scheelt; maar aan mij wordt nooit gedacht."

„Indien je er dan zoozeer op gesteld bent, om een hartziekte te hebben, nu, dan zal ik je niet tegenspreken," antwoordde St. Clare. „Ik wist inderdaad niet, dat het zoo was."

„Nu, ik hoop niet, dat het je berouwen zal, wanneer het te laat is," zeide Marie; „maar geloof het of geloof het niet, zooals je verkiest, mijn bezorgdheid voor Eva en de inspanning, welke ik mij om dat lieve kind heb moeten getroosten, hebben een ziekte ontwikkeld, voor welke ik reeds lang heb gevreesd."

Moeielijk was het te zeggen, welke inspanningen Marie eigenlijk bedoelde. St. Clare gaf zwijgend bij zich zelf een eigen uitlegging aan die woorden en ging met rooken voort, zooals van een hardvochtig mensch, als hij was, verwacht kon worden, totdat er een rijtuig voor de veranda kwam oprijden, waaruit Eva en juffrouw Opbelia stapten.

Juffrouw Ophelia ging regelrecht naar haar kamer, om zich daar van hoed en shawl te ontdoen, gelijk haar gewoonte was, voordat zij met iemand een enkel woord wisselde, terwijl Eva dadelijk op St. Clare's roepen kwam toesnellen, zich op zijn knie neerzette en hem een verslag van de door haar bijgewoonde godsdienstoefening deed.

Weldra hoorden zij luide uitroepen in juffrouw Ophelia's kamer — die even als die, waarin zij zaten, op de veranda uitkwam — en een luide bestraffing.

„Welk nieuw kattekwaad zou Topsy nu weer hebben uitgevoerd!" vroeg St. Clare. „Ik durf wedden, dat die opschudding door haar veroorzaakt wordt."

En waarlijk, eenige oogenblikken later kwam juffrouw Ophelia in diepe verontwaardiging met de schuldige te voorschijn.

„Kom hier, kom hier!" zeide zij, „ik zal het aan je meester vertellen."

Sluiten