Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten leiden gelijk zij deed, voordat zij bij ons kwam!"

„Zeer waarschijnlijk!" zeide Marie geeuwende. „Ach hemel, wat is het heet!"

„Mama, gelooft u niet, dat Topsy even zoo goed als ieder ander een engel zou kunnen worden, indien zij maar een Christin was.

„Topsy! Welk een zonderling, ongerijmd denkbeeld! Bij niemand inderdaad dan bij jou zou dat kunnen opkomen. Ja, ik geloof wel dat zij dit zou kunnen worden, ofschoon

„Maar, mama, is dan God haar vader niet, zoowel als de onze? Is Jezus Christus dan ook haar zaligmaker niet?"

„Ja, dat kan wel zoo wezen. Ik geloof, dat alles door God is gemaakt," antwoordde Marie, terwijl zij er als in één adem bijvoegde: „Waar is mijn reukfleschje?"

„Het is jammer! o, het is jammer!" zeide Eva, terwijl zij haar oogen op het naburige meer vestigde, en half luide met zich zelve sprak.

„Wat is jammer?" vroeg Marie.

„Wel, dat iemand, die een engel des Hemels kan zijn, en met engelen leven, al dieper en dieper moet zinken, zonder dat iemand hulp verleent!"

„Och, dat kunnen wij immers niet helpen! Het is de moeite niet waard om er van te spreken, Eva! Ik zou niet weten wat wij moesten doen; laat ons slechts dankbaar zijn voor onze eigene voorrechten en zegeningen."

„Ik kan dat nauwelijks wezen," zeide Eva. „Het is zulk een treurig denkbeeld voor mij, dat zooveel arme menschen er niet in deelen."

„Dat is al zeer vreemd van je," hernam de moeder; „maar ik weet, dat mijn godsdienst mij dankbaar maakt voor de voorrechten, welke ik geniet."

„Mama, ik wilde gaarne, dat mij eenig haar werd afgeknipt, nogal veel."

„Waartoe dat?" vroeg Marie verwonderd.

„Ik wilde er iets van aan mijn vrienden geven, mama,

Sluiten