Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakke kind, op een kussen rustende, nu eens door de kamer, dan de veranda op en neer te dragen. En wanneer de frissche koelte van den waterkant kwam en Eva zich 's morgens iets meer opgewekt gevoelde, dan wandelde hij soms met haar onder de oranjeboomen in den tuin, of zong haar, na een hunner geliefkoosde plekjes te hebben opgezocht, zijn oude, haar zoo dierbare lofzangen voor.

Haar vader deed dikwijls hetzelfde, maar hij was minder sterk, en als hij zich dan eindelijk moe toonde, zeide Eva:

„O, laat Tom mij opnemen, papa! De arme, goede man, hij doet het met zoo veel genoegen, en u weet, dat dit alles is, wat hij voor mij kan verrichten, en hij wil zoo gaarne iets doen!"

„En ik ook, Eva," zeide haar vader.

„Ach, papa, u kan immers alles doen, en u is alles voor mij. U leest mij voor, u zit 's nachts bij mij op, en Tom heeft alleen dit ééne en zijn zingen, en daarbij weet

ik, dat het hem gemakkelijker valt,.omdat hij zoo sterk is."

Maar die zucht om iets voor Eva te doen, bepaalde zich niet alleen bij den goeden Tom. Ieder bediende van het huis toonde door hetzelfde gevoel bezield te zijn, en ieder deed op zijn wijze wat hij kon.

De arme Mammy treurde van ganscher harte over haar lieveling en verlangde steeds om bij haar te zijn; maar zij had daartoe dag noch nacht gelegenheid, want Marie verklaarde in een toestand te verkeeren, dat het voor haar onmogelijk was om te rusten, en dan was het natuurlijk, dat zij het Mammy evenmin gunde. Twintig malen in eennacht werd Mammy geroepen om haar meesteres de voeten te wrijven, om haar het hoofd nat te maken, om haar zakdoek op te zoeken, om te gaan zien wat het gedruisch in Eva's kamer beteekende, om een gordijn neer te laten als het licht, of het weder op te trekken als het donker was; en wanneer zij overdag zoo gaarne eenig deel wilde hebben aan de verpleging van het geliefde kind, scheen

Sluiten