Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen en draven, het brengen van heete kruiken, het warmen van flanellen doeken en hemden, en in het wrijven en strijken, dat daarvan het gevolg was, als het ware een wedstrijd was.

Tom echter ontwaarde in zijn hart een gevoel, dat hem naar zijn meester heendreef. Hij volgde hem, wanneer hij eenzaam en treurig ging wandelen, en wanneer hij hem dan kalm en bleek in Eva's kamer zag zitten, met haar kleinen opengeslagen Bijbel in de hand, ofschoon hij er geen enkele letter in las, dan lag er voor Tom in dat stille, strakke, droge oog veel meer innerlijken kommer, dan al het geklaag en gekerm van Marie.

Na eenige weinige dagen was de familie St. Clare weder in de stad terug; Augustinus verlangde met de rusteloosheid der smart naar verandering van tooneelen, waardoor de stroom van zijn gedachten een nieuwe richting kon krijgen. Zoo verlieten zij het huis en den tuin met het graf van Eva en keerden naar New-Orleans terug, en St. Clare snelde haastig door de straten en trachtte de leemte in zijn hart met gewoel en gedruisch en bestendige afwisseling aan te vullen, en degenen, die hem op straat of in het koffiehuis zagen, ontdekten van zijn verlies geen ander spoor dan het rouwfloers om zijn hoed; want hij sprak en glimlachte en las de couranten, en men hoorde hem over de staatkunde redeneeren en zich met algemeene zaken bemoeien — en wie kon het dan opmerken, dat al die uitwendige opgeruimdheid niets anders was dan de ijdele vermomming van een hart, zoo duister en zoo stil als het graf?

St. Clara is een zonderling mensch," zeide Marie op een klagenden toon tot juffrouw Ophelia. „Ik heb altijd gedacht, dat indien er iets ter wereld was, dat hij liefhad, dit onze dierbare, kleine Eva moest wezen; doch hij schijnt ook haar al zeer gemakkelijk te vergeten. Ik kan hem er zelfs nooit toe krijgen om over haar te spreken."

Sluiten