Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, massa, er is Een, meer dan ik, die u liefheeft; ook de gezegende heer Jezus Christus heeft u lief!"

„Hoe weet je dat, Tom?" vroeg St. Clare.

„Ik voel het in mijn ziel! O, meester, de liefde des Heeren gaat alle verstand te boven."

Indien het u behagen mocht, meester," vervolgde Tom, „dan wilde ik gaarne, dat massa dit las. O, jongejuffrouw Eva deed het zoo schoon! Ik hoor thans niet meer lezen, nu jongejuffrouw Eva dood is!"

Het was het elfde hoofdstuk van het Evangelie van Johannes, bevattende het schoone verhaal der opwekking van Lazarus. St. Clare las het overluid, terwijl hij dikwijls ophield om gevoelens te onderdrukken, die door het aandoenlijke van de voorstelling bij hem werden opgewekt.

Tom lag voor hem neergeknield, met gevouwen handen en met de sprekendste uitdrukking van liefde en oprechtheid in zijn open, kalm gelaat.

„Tom," vroeg zijn meester, „houd je dat alles voor waarheid ?"

„Ik kan het als het ware zien, massa," antwoordde Tom.

„Ik wou dat ik ook zoo kon zien, als jij, Tom."

.,0, ik wenschte ook wel, dat de Heer gaf, dat massa dit kon!"

„Maar, Tom, je weet toch wel, dat ik veel meer kennis bezit dan jij! Wat zou je er van denken, indien ik je zeide, dat ik niet aan den Bijbel geloofde?"

„O, massa!" riep Tom uit, terwijl hij zijn handen met een gebaar van groote verbazing in de hoogte stak.

„Zou dat je geloof toch niet eenigszins doen wankelen, Tom r

„Niet in het minst!" verzekerde Tom.

„Wel, Tom, je moet toch bekennen, dat ik meer kennis heb dan jij."

„O, massa, heeft u daar dan niet zooeven gelezen, dat Hij het verbergt voor de wijzen en het den kinderen

Sluiten