Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beticht zouden worden; maar neen, zij worden veroordeeld, omdat zij geen bepaald goed hebben gedaan, alsof in die beschuldiging alle mogelijke kwaad ligt opgesloten."

„Misschien," zeide Ophelia, „is het voor iemand, die geen goed doet, ook wel onmogelijk om kwaad te doen."

„En wat," vroeg St. Clare, terwijl hij op een verstrooiden toon, maar tevens met diep gevoel sprak, „wat zal er gezegd worden van iemand, die door zijn eigen hart, zijn opvoeding en de behoeften der maatschappij te vergeefs werd opgeroepen, om het een of ander edel doel na te jagen, die als een droomerig, zorgeloos, onpartijdig aanschouwer van de moeiten, de ellende en de smarten zijner medemenschen heeft voortgeleefd, terwijl hij een ijverig arbeider had moeten wezen?"

„Ik zou zeggen," antwoordde Ophelia, „dat hij berouw behoorde te toonen, en voortaan met dubbelen moed moest beginnen te werken aan de hem opgelegde taak."

„Altijd even practisch en op den man af gesproken!" zeide St. Clare, terwijl hij moeite deed, om zijn gelaat tot een glimlach te dwingen. „Ge laat mij nimmer eenigen tijd tot algemeene onbepaalde overdenkingen, nicht! ge leidt mij altijd langs den kortsten weg tot het heden terug; ge schijnt altijd een soort van eeuwig nu voor den geest te hebben."

„Dat nu is immers ook het eenige van den tijd, waarmede ik iets te maken heb," merkte Ophelia kort en ernstig aan.

„Dierbare, lieve Eva! arm kind!" zuchtte St. Clare: „zij had in haar eenvoudige ziel een edel werk voor mij bestemd!"

Het was de eerste maal sinds Eva's dood, dat hij met zooveel woorden van haar sprak, en in den toon, waarop hij ze uitte, was duidelijk zijn diep gevoel kenbaar.

„Mijn beschouwing van het Christendom is van dien aard," vervolgde hij, „dat ik het mij voorstel, alsof het

Sluiten