Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onstond er twist tusschen twee andere zich in de zaal bevindende heeren, die beide eenigszins beschonken waren. St. Clare en een paar andere gasten wendden alle pogingen aan om de twistenden te scheiden, waarbij St. Clare een noodlottigen steek in zijn zijde bekwam met een mes, dat hij aan een hunner had trachten te ontwringen.

Het huis weergalmde van klachten en jammerkreten; overal zag men de duidelijkste sporen van wanhoop; de bedienden trokken zich de haren uit het hoofd, wentelden over den grond en liepen verward en huilende door elkander. Tom en juffrouw Ophelia schenen de eenigen te zijn, die hun tegenwoordigheid van geest hadden bewaard, terwijl Marie een echt zenuwtoeval kreeg. Op raad van juffrouw Ophelia werd haastig een der rustbanken uit de spreekkamer in gereedheid gebracht, en het bloedende lichaam daarop neergelegd. St. Clare was door pijn en bloedverlies in flauwte gevallen; maar door de opwekkende middelen, die Ophelia hem /toediende herstelde hij een weinig, opende de oogeD, zag eerst haar met een strakken blik aan, keek vervolgens in het vertrek rond, terwijl zijn oogen over ieder voorwerp heendwaalden, tot zij eindelijk op de beeltenis van zijn moeder bleven rusten.

Weldra verscheen de geneesheer, die zijn treurig onderzoek begon. De uitdrukking van zijn gelaat verried maar al te zeer, dat er geen hoop was; maar toch gaf hij zich alle moeite om de wond te verbinden, en hij, juffrouw Ophelia en Tom zetten met kalme bedaardheid dit werk voort, te midden van het gesnik en de zuchten en klachten der ontstelde bedienden, die zich rondom de deur en de de vensters hadden geschaard.

„Maar nu," zeide de geneesheer eindelijk, „moeten wij al deze menschen wegjagen. Alles hangt er van af, dat het hier stil en rustig is."

Sluiten